Kennisbank · Trauma & PTSS

Burn-out of PTSS?

De verschillen, overeenkomsten en signalen

Je bent uitgeput, slaapt slecht, raakt sneller geïrriteerd en kunt steeds minder hebben. Is dit een burn-out, zijn het traumaklachten of kan er sprake zijn van PTSS?

Burn-out en PTSS kunnen aan de buitenkant op elkaar lijken. Bij beide kunnen vermoeidheid, concentratieproblemen, slecht slapen, prikkelbaarheid en terugtrekgedrag voorkomen. Toch verschillen de mogelijke aanleiding, de kenmerkende klachten en de hulp die nodig kan zijn. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoeveel last iemand heeft, maar ook naar wat er aan de klachten voorafging en waardoor ze worden geactiveerd.

In dit artikel over burn-out of PTSS lees je waar de klachten elkaar kunnen overlappen, waarom beide tegelijk kunnen voorkomen en wanneer het verstandig is om professionele hulp te zoeken.

Burn-out of PTSS: het verschil tussen uitputting en traumaklachten

Burn-out of PTSS: waarom kunnen ze op elkaar lijken?

Wie langdurig onder druk staat, kan lichamelijk en mentaal uitgeput raken. Wie ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt, kan eveneens slecht slapen, voortdurend gespannen zijn en minder energie overhouden. Daardoor wordt PTSS soms aangezien voor een burn-out. Andersom kan iemand met een burn-out door de ernst van de klachten vrezen dat er sprake is van PTSS.

Klachten die bij beide kunnen voorkomen zijn bijvoorbeeld:

  • vermoeidheid en weinig energie;
  • slecht of onrustig slapen;
  • concentratie- en geheugenproblemen;
  • sneller geïrriteerd of emotioneel zijn;
  • lichamelijke spanning, hoofdpijn of spierklachten;
  • minder behoefte aan contact met anderen;
  • minder goed functioneren op het werk of thuis;
  • het gevoel de grip op jezelf kwijt te raken.

Deze overlap maakt duidelijk waarom één los symptoom weinig zegt. Slecht slapen of uitgeput zijn vertelt nog niet waardoor de klachten worden veroorzaakt. Het patroon achter de klachten is belangrijker.

Wat is een burn-out?

Bij een burn-out staat langdurige overbelasting centraal. De draaglast is gedurende langere tijd groter geweest dan de mogelijkheden om te herstellen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is burn-out een werkgerelateerd verschijnsel dat voortkomt uit chronische werkstress die onvoldoende is aangepakt. Kenmerkend zijn uitputting, een grotere mentale afstand tot het werk en een verminderd gevoel van professionele bekwaamheid.

In Nederland wordt het begrip vaak iets ruimer gebruikt. Werkdruk kan samengaan met mantelzorg, relatieproblemen, financiële zorgen, perfectionisme of voortdurend verantwoordelijkheidsgevoel. Het blijft meestal een optelsom van langdurige belasting en te weinig herstel.

Veelvoorkomende signalen van burn-out

  • extreme lichamelijke en mentale vermoeidheid;
  • moeite om dagelijkse taken te overzien;
  • een leeg of opgebrand gevoel;
  • minder afstand kunnen nemen van werk en verplichtingen;
  • cynisme, onverschilligheid of juist snel emotioneel worden;
  • het gevoel niet meer te kunnen voldoen aan wat er wordt gevraagd;
  • weinig herstel ervaren na een nacht slapen of een vrij weekend.

Bij burn-out is uitputting doorgaans de kern. De klachten hebben zich meestal geleidelijk opgebouwd. Een periode van rust neemt de oorzaak niet automatisch weg, maar vermindering van belasting en herstel zijn wel belangrijke onderdelen van de aanpak.

Wat is PTSS?

PTSS staat voor posttraumatische stressstoornis. De klachten kunnen ontstaan na blootstelling aan een zeer ingrijpende of bedreigende gebeurtenis, bijvoorbeeld ernstig geweld, een ongeval, seksueel geweld, een ramp of herhaalde confrontatie met schokkende gebeurtenissen tijdens het werk.

Bij PTSS blijft het alarmsysteem als het ware reageren op gevaar dat voorbij is. Een geur, geluid, beeld, situatie of lichamelijk gevoel kan een automatische reactie oproepen. Iemand kan rationeel weten dat hij of zij nu veilig is, terwijl het lichaam reageert alsof het gevaar opnieuw aanwezig is.

Kenmerkende groepen PTSS-klachten

  • Herbeleving: ongewenste herinneringen, nachtmerries, flashbacks of sterke lichamelijke reacties op triggers.
  • Vermijding: niet willen praten of denken over wat er is gebeurd en plaatsen, mensen of situaties uit de weg gaan.
  • Negatieve veranderingen: schuld, schaamte, somberheid, vervreemding of minder belangstelling voor wat vroeger belangrijk was.
  • Verhoogde waakzaamheid: voortdurend alert zijn, snel schrikken, prikkelbaar reageren en moeilijk kunnen ontspannen of slapen.

Niet iedereen met PTSS heeft opvallende flashbacks. Soms staan slecht slapen, boosheid, emotionele afstand, controlebehoefte of voortdurende alertheid meer op de voorgrond. Dat kan het herkennen moeilijker maken. Klachten kunnen bovendien pas maanden of jaren na de gebeurtenissen duidelijk worden.

Verschil burn-out en PTSS in één overzicht

KenmerkBurn-outPTSS
AanleidingLangdurige overbelasting en onvoldoende herstel, vaak in relatie tot werk.Blootstelling aan een zeer ingrijpende of bedreigende gebeurtenis of reeks gebeurtenissen.
OntstaanMeestal geleidelijk.Kan direct ontstaan, maar ook pas maanden of jaren later duidelijk worden.
KernUitputting, afstand tot het werk en verminderd functioneren.Herbeleving, vermijding, negatieve veranderingen en verhoogde waakzaamheid.
TriggersWerkdruk, eisen, conflicten en opeenstapeling van verplichtingen.Prikkels die bewust of onbewust aan de gebeurtenis herinneren.
RustVermindering van belasting en herstel kunnen gaandeweg verlichting geven.Rust alleen neemt traumatriggers en herbelevingen vaak niet weg.
NachtPiekeren, onrust en uitgeput maar niet kunnen slapen.Ook nachtmerries, wakker schrikken of alert blijven op mogelijk gevaar.
DiagnostiekBeoordeling kan plaatsvinden via huisarts of bedrijfsarts; burn-out is in ICD-11 geen medische aandoening maar een werkgerelateerd verschijnsel.Een psychische stoornis waarvoor professionele diagnostiek nodig is.

Het duidelijkste verschil is dus niet dat de ene klacht ‘erger’ is dan de andere. Het verschil zit vooral in de mogelijke oorsprong en het patroon. Bij burn-out staat langdurige overbelasting en uitputting voorop. Bij PTSS staat een ontregelde reactie op ingrijpende of bedreigende ervaringen centraal.

Kunnen burn-out en PTSS tegelijk voorkomen?

Ja. Burn-out en PTSS sluiten elkaar niet uit. Iemand kan door traumaklachten voortdurend alert zijn, slecht slapen en veel energie verliezen. Wanneer die persoon daarnaast blijft werken, mantelzorg verleent of thuis weinig hersteltijd heeft, kan ook ernstige uitputting ontstaan.

Andersom kan langdurige overbelasting ervoor zorgen dat iemand minder veerkracht en herstelruimte heeft. Oude ervaringen die lange tijd hanteerbaar leken, kunnen dan sterker naar voren komen. Dat betekent niet automatisch dat een burn-out PTSS veroorzaakt, maar verminderde draagkracht kan bestaande traumaklachten zichtbaarder maken.

Waarom politiemensen soms eerst aan burn-out denken

Binnen de politie en andere hoog-risicoberoepen is langdurige belasting heel gewoon. Onregelmatige diensten, personeelstekorten, verantwoordelijkheid, conflicten, reorganisaties en een hoge werkdruk kunnen daadwerkelijk tot burn-outklachten leiden. Tegelijkertijd worden politiemensen, militairen, brandweermensen, ambulancemedewerkers en handhavers herhaaldelijk blootgesteld aan geweld, dreiging, ernstig letsel, overlijden en menselijk leed.

Wanneer iemand vooral vermoeid, prikkelbaar en teruggetrokken raakt, ligt de verklaring burn-out voor de hand. Toch kan onder die uitputting een patroon van traumaklachten aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan voortdurend de omgeving scannen, met de rug tegen de muur willen zitten, heftig reageren op onverwachte geluiden, bepaalde meldingen of locaties vermijden, nachtmerries of beelden die ineens terugkomen.

Soms is er niet één gebeurtenis aan te wijzen. Het kan gaan om de stapeling van tientallen ervaringen gedurende een loopbaan. Ook een klacht, intern onderzoek, conflict met een leidinggevende of ervaren gebrek aan steun kan de laatste druppel zijn. Daarbij kunnen werkstress, PTSS en moral injury door elkaar heen lopen. Een zorgvuldige beoordeling voorkomt dat alleen de uitputting wordt gezien terwijl de traumatische belasting buiten beeld blijft.

Wat merkt het thuisfront?

Een partner of gezinslid ziet veranderingen soms eerder dan degene die de klachten heeft. Het gaat vaak niet om één groot signaal, maar om een langzaam veranderend patroon. Iemand is lichamelijk thuis, maar lijkt er met zijn gedachten niet helemaal bij. Gewone drukte wordt moeilijker verdragen en een kleine opmerking kan een buitengewoon heftige reactie oproepen.

Het thuisfront kan bijvoorbeeld merken dat iemand:

  • sneller boos, kortaf of ongeduldig is;
  • zich vaker afzondert en weinig wil vertellen;
  • minder plezier of belangstelling toont;
  • slecht slaapt, onrustig is of wakker schrikt;
  • voortdurend controle wil houden over de omgeving;
  • drukke plaatsen, nieuwsbeelden of bepaalde gesprekken vermijdt;
  • emotioneel afstandelijk lijkt of juist onverwacht wordt overspoeld.

Deze signalen bewijzen niet dat er PTSS is. Ze kunnen wel reden zijn om breder te kijken dan alleen werkdruk. Vooral wanneer iemand zelf zegt ‘ik ben gewoon moe’, terwijl het thuisfront ook schrikreacties, vermijding of voortdurende waakzaamheid ziet.

Wanneer is professionele hulp belangrijk?

Neem contact op met de huisarts of bedrijfsarts wanneer klachten langere tijd aanhouden, het functioneren duidelijk verminderen of wanneer je twijfelt of er sprake is van burn-out, depressie, angst of PTSS. Professionele beoordeling is ook belangrijk wanneer klachten na een ingrijpende gebeurtenis na ongeveer vier weken niet afnemen.

Zoek eerder hulp wanneer er sprake is van:

  • ernstige herbelevingen, paniek of dissociatieve klachten;
  • nauwelijks meer slapen of functioneren;
  • toenemend gebruik van alcohol, medicatie of drugs om klachten te onderdrukken;
  • agressie, onveiligheid thuis of volledig sociaal isolement;
  • gedachten aan zelfbeschadiging of niet meer willen leven.

Bij direct gevaar of acute suïcidegedachten: bel 112. Bij gedachten aan zelfdoding kun je in Nederland ook anoniem bellen of chatten met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-0113.

Wat kan coaching of IEMT betekenen?

Bij CleanupYourMind werk ik met coaching en Integral Eye Movement Technique (IEMT). Daarbij kan worden gewerkt met automatische emotionele en lichamelijke reacties die gekoppeld zijn aan belastende ervaringen. Je hoeft niet altijd het hele verhaal uitgebreid te vertellen; jij bepaalt wat je wel en niet deelt.

Het doel is niet om een herinnering uit te wissen. Wat er is gebeurd, blijft onderdeel van je levensverhaal. De begeleiding is erop gericht dat een herinnering of trigger minder automatisch dezelfde sterke reactie oproept en dat er meer rust en regie kan ontstaan.

IEMT is geen vervanging voor noodzakelijke medische of specialistische behandeling. Bij mogelijke PTSS, complexe klachten of onvoldoende stabiliteit kijken we zorgvuldig wat passend is en wanneer verwijzing of samenwerking met een bevoegde behandelaar nodig is.

Misschien herken je vooral de uitputting

Misschien denk je al langere tijd dat je een burn-out hebt. Dat kan ook kloppen. Maar wanneer rust weinig verandert aan schrikreacties, nachtmerries, vermijding, voortdurende waakzaamheid of heftige reacties op bepaalde prikkels, kan het verstandig zijn om ook traumaklachten te laten onderzoeken.

De vraag hoeft niet meteen te zijn: ‘Heb ik PTSS?’ Een goede eerste vraag kan zijn: ‘Is er iets wat ik nog met mij meedraag en wat mijn lichaam nog steeds als gevaar herkent?’

Je hoeft dat niet alleen uit te zoeken. Tijdens een vrijblijvend kennismakingsgesprek kunnen we bespreken wat je ervaart, waar je behoefte ligt en welke begeleiding of verwijzing passend kan zijn.

Plan een gratis kennismakingsgesprekVrijblijvend, persoonlijk en zonder verplichtingen.

Lees ook

Hulp en lotgenotencontact

Politiemensen, politiecollega's en partners die behoefte hebben aan ontmoeting, ervaringsdeskundigheid, lotgenotencontact of gewoon hun verhaal willen delen, kunnen ook terecht bij Stichting De Meijenhof. De stichting ondersteunt hulpvragen buiten het medische circuit en werkt vanuit betrokkenheid bij de politie-eenheid Den Haag.

Bronnen

Robert Jongmans