PTSS als beroepsziekte bij de politie

“Ik heb jarenlang gedacht dat het er gewoon bij hoorde.”

Veel politiemensen zullen die gedachte herkennen.

Je kiest voor een vak waarin je weet dat je dingen gaat meemaken die anderen misschien nooit zullen zien. Ernstige ongevallen, geweld, zelfdodingen, reanimaties, bedreigingen of situaties waarbij kinderen betrokken zijn.

Soms is er één gebeurtenis die je nooit meer vergeet. Maar veel vaker zijn het tientallen ervaringen die zich in de loop van een loopbaan opstapelen.

En daarna ga je weer verder.

Want dat is wat je gewend bent. Je collega’s rekenen op je en de volgende melding wacht alweer. Bovendien hebben anderen toch ook genoeg meegemaakt?

Dus waarom zou jij er last van hebben?

Inhoud

PTSS bij de politie als beroepsziekte

Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan ontstaan nadat iemand is blootgesteld aan een zeer ingrijpende of bedreigende gebeurtenis. Bij politiemensen kan die blootstelling rechtstreeks voortkomen uit het werk.

Daarbij hoeft het niet altijd te gaan om één grote traumatische gebeurtenis.

Juist binnen het politiewerk kan sprake zijn van herhaalde blootstelling aan schokkende gebeurtenissen. Ervaringen kunnen zich gedurende jaren opstapelen. Soms wordt pas veel later duidelijk hoeveel invloed deze gebeurtenissen hebben gehad.

Wanneer PTSS in overwegende mate verband houdt met gebeurtenissen tijdens het politiewerk, kan er sprake zijn van een beroepsziekte.

De klachten zeggen dan niet dat iemand ongeschikt was voor het politiewerk. Ze kunnen juist het gevolg zijn van wat iemand tijdens dat werk heeft meegemaakt.

Vaak gaat het jarenlang goed

Dat maakt PTSS bij de politie soms moeilijk te herkennen.

Je kunt lange tijd blijven functioneren. Je draait je diensten, lost problemen op, sport, zorgt voor je gezin en maakt grappen met collega’s. Aan de buitenkant lijkt er misschien weinig aan de hand.

Tot je merkt dat er iets verandert.

Je slaapt slechter. Je bent sneller geïrriteerd. Je concentratie neemt af. Drukke plaatsen kosten steeds meer energie. Je schrikt sterker van onverwachte geluiden. Je vermijdt bepaalde situaties of merkt dat beelden van oude meldingen ineens terugkomen.

Sommige mensen hebben nachtmerries of herbelevingen. Anderen herkennen dat helemaal niet.

Zij merken vooral dat ze voortdurend ‘aan’ staan. Alert. Gespannen. Altijd de omgeving in de gaten houden.

En soms is er niet één gebeurtenis waarvan je kunt zeggen: “Daar is het begonnen.”

Het kan ook de optelsom zijn.

Soms merkt het thuisfront het eerder dan jijzelf

Een verandering ontstaat niet altijd van de ene op de andere dag. Juist omdat het langzaam gaat, merk je zelf misschien nauwelijks dat je anders bent geworden.

Thuis wordt die verandering soms eerder gezien.

Een partner merkt bijvoorbeeld dat je sneller geïrriteerd bent. Dat je minder kunt hebben van de kinderen. Dat je na een dienst steeds vaker alleen wilt zijn of weinig behoefte hebt om te praten.

Misschien zit je lichamelijk wel op de bank, maar ben je er met je gedachten niet helemaal bij. Je partner kan merken dat je minder belangstelling hebt voor dingen waar je vroeger plezier aan beleefde. Dat je minder initiatief neemt om samen iets te doen. Dat je slecht slaapt, onrustig bent of ’s nachts wakker schrikt.

Ook kleine dingen kunnen opvallen.

Dat je in een restaurant het liefst met je rug tegen de muur zit en zicht wilt hebben op de ingang. Dat je voortdurend je omgeving scant. Dat onverwachte geluiden onmiddellijk je aandacht trekken. Dat drukte je sneller irriteert. Of dat je bij een conflict thuis veel heftiger reageert dan vroeger.

“Ik ben gewoon moe.”
“Het is druk op het werk.”
“Ik heb even geen zin in mensen.”
“Zo ben ik nu eenmaal.”

Maar iemand die al jaren naast je leeft, kent ook degene die je daarvoor was.

Daardoor kan juist het thuisfront als eerste zien dat er langzaam iets verandert.

Dat kan thuis ook tot spanningen leiden. Een partner begrijpt misschien niet waarom je afstandelijker bent geworden of waarom een gewone opmerking ineens tot een heftige reactie leidt. En jij begrijpt misschien niet waarom thuis steeds wordt gezegd dat je veranderd bent.

“Er is niets met mij. Ik functioneer toch gewoon?”

Dat kan ook waar zijn. Je kunt op je werk nog steeds functioneren en tegelijkertijd thuis steeds meer moeite hebben om tot rust te komen.

Juist daarom is het belangrijk om signalen van een partner of gezinsleden niet onmiddellijk terzijde te schuiven. Niet omdat zij automatisch weten wat er aan de hand is, maar omdat zij soms veranderingen zien die je zelf nog niet herkent.

De stapeling van gebeurtenissen

Een politiemens maakt tijdens een loopbaan veel gebeurtenissen mee waarbij sprake is van geweld, dreiging, ernstig letsel, overlijden of intens menselijk leed.

Niet iedere gebeurtenis leidt tot een trauma. De meeste ervaringen krijgen uiteindelijk een plek. Bij andere gebeurtenissen kan een sterke emotionele of lichamelijke reactie blijven bestaan.

Wanneer daar steeds nieuwe ervaringen bijkomen, kan de belasting toenemen.

Dat verklaart mede waarom klachten soms pas na vele jaren zichtbaar worden. De spreekwoordelijke emmer loopt niet noodzakelijk over door de grootste gebeurtenis.

Soms is het juist die laatste, ogenschijnlijk kleinere gebeurtenis die ervoor zorgt dat het niet meer gaat.

“Maar het is toch al jaren geleden?”

Dat hoor ik regelmatig.

En rationeel klopt dat ook. Je weet dat die melding voorbij is. Je weet dat je nu veilig bent. Je weet dat je niet meer op die plek staat.

Maar een emotionele of lichamelijke reactie laat zich niet altijd overtuigen door wat je rationeel weet. Een geluid, geur, beeld, situatie of opmerking kan voldoende zijn om opnieuw spanning op te roepen.

Je hoofd zegt: “Het is voorbij.”

Terwijl je lichaam kan reageren alsof er opnieuw gevaar dreigt.

Dat kan bijzonder verwarrend zijn. Zeker voor mensen die tijdens hun werk juist hebben geleerd om controle te houden, rationeel te handelen en problemen op te lossen.

PTSS zegt niets over hoe sterk je bent

Dit is misschien wel een van de belangrijkste dingen om te begrijpen.

Het ontwikkelen van PTSS betekent niet automatisch dat iemand zijn werk niet aankon.

Klachten kunnen juist ontstaan bij mensen die heel lang zijn doorgegaan. Mensen die verantwoordelijkheid namen. Die er stonden wanneer anderen hen nodig hadden. Die na een moeilijke melding hun spullen pakten en naar de volgende gingen.

Het vermogen om door te gaan is binnen het politiewerk een belangrijke kwaliteit. Maar dezelfde kwaliteit kan het ook moeilijker maken om te erkennen dat bepaalde ervaringen nog steeds invloed hebben.

Signalen die je zelf of thuis kunt herkennen

PTSS kan zich bij iedereen anders uiten. Mogelijke signalen zijn onder andere:

  • slecht of onrustig slapen;
  • nachtmerries of terugkerende beelden;
  • sneller geïrriteerd of boos zijn;
  • minder geduld hebben met partner of kinderen;
  • voortdurend alert zijn en de omgeving in de gaten houden;
  • sterk schrikken van geluiden of onverwachte situaties;
  • bepaalde plaatsen, mensen of situaties vermijden;
  • moeite hebben met concentreren;
  • emotioneel vlak of juist sneller geëmotioneerd zijn;
  • schuld- of schaamtegevoelens;
  • minder behoefte hebben aan sociaal contact;
  • afstand ervaren tot partner, gezin of collega’s;
  • minder plezier beleven aan dingen die vroeger belangrijk waren;
  • vaker alleen willen zijn;
  • lichamelijke spanning zonder duidelijke aanleiding;
  • moeilijk kunnen ontspannen, ook wanneer je thuis en veilig bent.

Eén of enkele van deze signalen betekenen niet automatisch dat er sprake is van PTSS. Een diagnose moet door een daarvoor bevoegde professional worden gesteld.

Maar wanneer meerdere veranderingen langere tijd aanwezig zijn – zeker wanneer mensen die dichtbij je staan zeggen dat ze je zien veranderen – kan dat wel een reden zijn om er aandacht aan te besteden.

Wat kan IEMT betekenen?

Binnen CleanupYourMind werk ik onder andere met Integral Eye Movement Techniques (IEMT).

Bij IEMT hoeft niet altijd het volledige verhaal van een belastende gebeurtenis opnieuw uitgebreid verteld te worden. Er wordt onder meer gewerkt met de emotionele reacties en patronen die aan ervaringen gekoppeld zijn.

Het uitgangspunt is niet om een gebeurtenis uit je geheugen te wissen. Wat gebeurd is, blijft onderdeel van je levensgeschiedenis.

Het doel is dat een herinnering minder automatisch dezelfde sterke emotionele of lichamelijke reactie oproept.

IEMT is geen vervanging voor noodzakelijke medische of specialistische behandeling en niet voor iedereen of iedere situatie de aangewezen methode. Bij ernstige of complexe klachten is het belangrijk zorgvuldig te bekijken welke vorm van hulp passend is.

Bij CleanupYourMind kun je in deze gevallen altijd terecht voor een adviesgesprek.

Misschien herken je jezelf – of herken je je partner

Misschien heb je geen diagnose PTSS. Misschien denk je zelfs: “Zo erg is het bij mij helemaal niet.”

Maar misschien zegt je partner al langere tijd:

“Je bent veranderd.”
“Je bent er niet meer echt bij.”
“Je bent zo snel boos tegenwoordig.”
“Je kunt nooit meer ontspannen.”

Het is gemakkelijk om zulke opmerkingen af te doen als irritatie of onbegrip. Maar soms zit daar een belangrijke waarneming achter.

Dan hoeft de eerste vraag niet direct te zijn:

“Heb ik PTSS?”

Misschien is een andere vraag belangrijker:

“Draag ik nog iets met me mee waarvan ik altijd heb gedacht dat het gewoon bij mijn werk hoorde?”

Doorgaan is een kwaliteit die je binnen de politie ver kan brengen. Maar soms komt er een moment waarop doorgaan alleen niet meer voldoende is.

En soms ziet degene die naast je staat dat eerder dan jijzelf.

Vrijblijvend kennismaken

Herken je jezelf in dit verhaal? Of heeft iemand thuis je al vaker verteld dat je veranderd bent? Dan kan het zinvol zijn daar eens bij stil te staan.

Een kennismakingsgesprek betekent niet dat je meteen een behandeling of traject aangaat. We kunnen eerst samen kijken naar wat je ervaart, wat je hebt meegemaakt, waar je behoefte ligt en of mijn manier van werken daarbij aansluit.

Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek

Robert Jongmans